Kabinet versoepelt pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s: dit verandert er richting 2027

Het kabinet werkt aan een aantal wijzigingen in de regeling voor de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s. De aanpassingen moeten ervoor zorgen dat de regeling in de praktijk beter uitvoerbaar wordt voor werkgevers, leasemaatschappijen en andere organisaties die met zakelijke mobiliteit te maken hebben.

De wijzigingen worden opgenomen in het Belastingplan 2027 en zijn bedoeld om ongewenste fiscale gevolgen in specifieke situaties te voorkomen.

Wat houdt de pseudo-eindheffing in?

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra belasting wanneer zij een personenauto met een fossiele aandrijving beschikbaar stellen voor privégebruik of woon-werkverkeer van een werknemer. De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto en komt volledig voor rekening van de werkgever.

Met deze maatregel wil de overheid het gebruik van volledig elektrische auto’s stimuleren en de verduurzaming van zakelijke mobiliteit versnellen.

Tijdelijke vervangende auto’s uitgezonderd

Een belangrijke versoepeling heeft betrekking op vervangende auto’s. Wanneer een zakelijke auto tijdelijk niet beschikbaar is, hoeft een werkgever niet direct rekening te houden met de pseudo-eindheffing als tijdelijk een fossiele vervangingsauto wordt ingezet.

Dit geldt bijvoorbeeld wanneer een voertuig buiten gebruik is vanwege:

  • onderhoud;
  • reparatie;
  • schadeherstel;
  • een bandenwissel.

De uitzondering is van toepassing voor een aaneengesloten periode van maximaal veertien kalenderdagen. Hierdoor worden werkgevers die normaal gesproken een elektrische auto beschikbaar stellen niet benadeeld wanneer tijdelijk een fossiele vervanger noodzakelijk is.

Vrijstelling voor lesvoertuigen

Ook voor rijscholen en andere organisaties die auto’s inzetten voor rijlessen komt een uitzondering. Lesauto’s vallen straks buiten de pseudo-eindheffing. Volgens het kabinet sluit deze vrijstelling beter aan bij de specifieke functie die deze voertuigen binnen de mobiliteitssector vervullen.

Overgangsregeling verlengd

Daarnaast wordt de overgangsregeling verruimd. Werkgevers die vóór 2027 een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking hebben gesteld, kunnen langer gebruikmaken van het overgangsrecht.

De vrijstelling blijft namelijk gelden tot 1 januari 2031. Daarmee krijgen werkgevers extra tijd voordat de pseudo-eindheffing voor deze voertuigen daadwerkelijk van toepassing wordt.

Tijdelijke inzet zonder heffing

Voor situaties waarin een fossiele auto slechts kort wordt gebruikt, komt eveneens een uitzondering. Tot 1 januari 2031 mogen werkgevers ieder kalenderjaar gedurende maximaal zeven aaneengesloten dagen een fossiele personenauto beschikbaar stellen zonder dat hierover pseudo-eindheffing verschuldigd is.

Deze regeling biedt uitkomst bij bijvoorbeeld de inzet van huurauto’s of andere tijdelijke mobiliteitsoplossingen en geeft organisaties meer ruimte om hun wagenpark stapsgewijs verder te verduurzamen.

Wanneer geldt de regeling?

De pseudo-eindheffing is uitsluitend van toepassing wanneer een auto ook voor privéritten of woon-werkverkeer beschikbaar wordt gesteld.

Wordt een voertuig uitsluitend zakelijk gebruikt, dan valt het in veel gevallen buiten deze regeling. Voor werkgevers die tijdelijke auto’s alleen inzetten voor zakelijke doeleinden verandert er daardoor weinig.

Overstappen naar een andere werkgever

Een punt waarop het kabinet geen wijzigingen doorvoert, is het overgangsrecht bij een wisseling van werkgever. Zodra een fossiele auto onder een ander loonheffingennummer aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, vervalt het overgangsrecht in principe.

Dit kan ook gevolgen hebben binnen concernstructuren waarin verschillende vennootschappen ieder een eigen loonheffingennummer hebben.

Uitzondering bij bedrijfswijzigingen

Bij een fusie, overname of andere bedrijfsoverdracht blijft het overgangsrecht onder voorwaarden wel behouden. Ook wanneer een auto binnen dezelfde werkgever aan een andere werknemer wordt toegewezen, blijft de overgangsregeling van kracht.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Met deze aanpassingen wil het kabinet de uitvoering van de regeling eenvoudiger maken, zonder afbreuk te doen aan het doel: het stimuleren van emissievrije mobiliteit.

Voor werkgevers met een wagenpark zijn de belangrijkste wijzigingen:

  • tijdelijke vervangende auto’s zijn onder voorwaarden uitgezonderd;
  • lesauto’s worden vrijgesteld van de pseudo-eindheffing;
  • de overgangsregeling loopt door tot 1 januari 2031;
  • kortdurend gebruik van een fossiele auto krijgt een beperkte vrijstelling;
  • bij een andere werkgever vervalt het overgangsrecht in beginsel.

Samenvatting

De pseudo-eindheffing blijft vanaf 2027 een belangrijk onderdeel van het Nederlandse mobiliteitsbeleid. Met de aangekondigde aanpassingen wordt de regeling op diverse onderdelen praktischer en beter uitvoerbaar voor werkgevers.

Vooral de uitzonderingen voor vervangend vervoer, de vrijstelling voor lesauto’s en de verlenging van het overgangsrecht zorgen voor meer duidelijkheid en minder administratieve lasten. Werkgevers doen er verstandig aan hun wagenpark tijdig tegen het licht te houden, zodat zij goed voorbereid zijn op de invoering van de regeling.